Geschreven door Gastschrijver: Karen
Een fietsvakantie-verslag van de Via Verde de Ojos Negros
Karen is een Amerikaanse travel blogger en fanatiek fietser die uitgebreid schreef over haar meerdaagse tocht van de Via Verde de Ojos Negros, de langste Via Verde van Spanje. In haar artikel beschrijft ze de route vanaf Albarracín (meermaals bekroond tot mooiste plaats van Spanje) in de bergen, richting Valencia, de dorpen onderweg en de praktische kant van fietsen op deze voormalige spoorlijn. Haar reis kwam tot stand met ondersteuning van Fietsen in Spanje. Met haar toestemming publiceren we hier de Nederlandse vertaling van haar blog, als inspirerende en informatieve kennismaking met deze bijzondere fietsroute in Spanje.. Het originele artikel kan je hier vinden: origineel Ojos Negros artikel.
Zelf plannen om de Ojos Negros te fietsen? Wij bieden verschillende compleet verzorgde Ojos Negros fietsvakanties aan. van 3 tot 6 dagen op de fiets.
De Via Verde de Ojos Negros is 160 kilometer aan landschappelijke schoonheid, beleefd vanuit het zadel van de fiets. Het is de langste Via Verde (groene route) van Spanje en loopt van de bergen naar de zee, vlak bij Valencia. Een meerdaagse fietstocht over de Via Verde de Ojos Negros is een ideale manier om historische stadjes te ontdekken, door dennen- en eikenbossen te fietsen, langs boomgaarden met sinaasappels en olijven te rijden en viaducten, tunnels en verlaten treinstations te bewonderen.
In november maakte ik met een paar vrienden een vierdaagse fietstocht over de Via Verde de Ojos Negros. We begonnen in het middeleeuwse stadje Albarracín en volgden het oude spoortraject tot het eindpunt bij Torres Torres. Je kan de fietsroute nog verlengen tot aan Valencia, zodat je deze mooie stad en het Albufera natuurpark kan bezoeken op de fiets.
We namen onze eigen bagage mee en overnachtten onderweg in fietsvriendelijke accommodaties die wel zelf hebben geregeld. Wij kozen voor elektrische fietsen, maar ook met een gewone fiets is deze Via Verde goed te doen.
De dagafstanden hielden we bewust kort, zodat er voldoende tijd was om het Spaanse landschap en de dorpen onderweg te verkennen.
Fietsen in Spanje redactie: In dit artikel kunnen links staan naar producten en diensten waar Karen enthousiast over is. Als je via zo’n link iets aanschaft, ontvangt Karen mogelijk een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou. Dit ter ondersteuning van haar blog-werkzaamheden.
Wat is de Via Verde de Ojos Negros?
De Via Verde de Ojos Negros volgt het tracé van een voormalige smalspoorlijn. Ooit werd deze spoorlijn gebruikt voor het vervoer van ijzererts vanuit de mijnen bij het dorp Ojos Negros naar de Middellandse Zee, bij Puerto de Sagunto. In 1972 werd de lijn gesloten. Later is het traject door regionale overheden omgevormd tot een Via Verde, met als doel het fietstoerisme te stimuleren.
De route is gemakkelijk te fietsen en loopt grotendeels dalend richting zee. Dat maakt deze Via Verde ook geschikt voor gezinnen: je fietst veilig en zonder verkeer. Wie houdt van rustig fietsen, zal het waarderen om onderweg de tijd te nemen voor de dorpen, het landschap en de natuur. De bewegwijzering is duidelijk, waardoor je eenvoudig je weg vindt.
De beste periode om hier te fietsen is van maart tot en met juni en van september tot begin november. In juli en augustus kan de hitte het fietsen zwaar maken. Wij fietsten de route in november. We kwamen weinig andere fietsers tegen en hadden prettig weer. Het was soms wat fris, maar met de juiste kleding goed te doen.
Praktische organisatie van je fietstocht over de Via Verde de Ojos Negros
Voor deze reis maakten we gebruik van Fietsen in Spanje om onze fietstocht te plannen. Deze organisatie biedt fietsvakanties aan door heel Spanje. Samen met eigenaar Thijs stelden we een reis samen die aansloot bij onze wensen.
Bij een compleet verzorgde individuele reis wordt alles voor je geregeld: het boeken van hotels, de navigatie, bagagevervoer, verzekering en ondersteuning onderweg, 24 uur per dag. De organisatie werkt met lokale partners om de reis ter plekke goed te laten verlopen.
De e-bikes waren Moustache-modellen met lage instap, comfortabel en krachtig genoeg voor de hellingen. Ook accessoires zoals een telefoonhouder, waterdichte fietstassen en goede verlichting waren inbegrepen.
Navigatie op de Via Verde
We ontvingen nauwkeurige GPX-tracks om de route te volgen. Ook zijn de GPX bestanden te vinden op de officiële website van de via verde. Een GPX-bestand is een digitaal routebestand dat je kunt openen op een telefoon of een GPS-apparaat op de fiets. Wij gebruikten zelf de app BikeGPX op onze telefoon. De gratis versie is te downloaden via de appstore. Fietsen in Spanje biedt een eigen navigatie app aan als je het pakketreis bij ze afneemt.
Daarnaast gebruikten we regelmatig de app eBike Flow tijdens het fietsen in Spanje. Deze app is ontwikkeld door Bosch voor e-bikes en toont efficiënte fietsroutes naar een gekozen bestemming.
Reizen in Spanje
Voor het rondreizen door Spanje huurden we een auto. Dat bleek uiteindelijk goedkoper en een stuk eenvoudiger dan het zelf combineren van openbaar vervoer, zeker in de meer afgelegen gebieden waar we kwamen.
Voor het huren van een auto maakten we gebruik van Discover Cars. Dit platform werkt samen met betrouwbare lokale verhuurbedrijven en vergelijkt verschillende aanbieders, zodat je een passende prijs en goede service krijgt. Wij hebben hier vaker geboekt en waren steeds tevreden over de huurauto.
We vlogen op Madrid en haalden daar ook de auto op. Via Discover Cars kregen we een gratis upgrade naar een hybride voertuig, waardoor de brandstofkosten tijdens de reis laag bleven.
Reisbeschrijving van een vierdaagse fietstocht over de Via Verde de Ojos Negros
Dag 1: Albarracín – Teruel
Het verzamelpunt voor onze tocht was in Torres Torres, op de gratis openbare parkeerplaats waar we onze huurauto vier dagen achterlieten. Stipt om negen uur arriveerde het busje van het fietsbedrijf om ons en onze bagage naar het begin van de route te brengen.
Fietsen in Spanje adviseerde om de tocht te starten in Albarracín, in plaats van bij het officiële beginpunt van de Via Verde in Santa Eulalia del Campo. Albarracín behoort tot de tien mooiste middeleeuwse dorpen van Spanje. Al bij aankomst was duidelijk waarom we hier begonnen.
De stad is een indrukwekkende combinatie van Moorse torens, metersdikke stadsmuren die het oude centrum beschermen, en gebouwen die al eeuwenlang tegen de heuvels staan. We dwaalden door smalle, geplaveide straatjes en autovrije stegen. Boven op de heuvel torent een kasteel uit boven het dorp.
De kleine straatjes komen samen op de Plaza Mayor, met weidse uitzichten over de rivier de Guadalaviar. Bomen in tinten geel en rood steken af tegen de heuvels rondom het stadje.
We vonden een kleine patisserie, verscholen in de muren van het dorp. Daar kochten we brood voor de lunch en croissants voor onderweg. Na een café con leche en een croissant op het plein stapten we op de fiets.
Start van de fietstocht vanuit Albarracín
Hoewel we de eerste dag nog niet op de Via Verde reden, was het een indrukwekkende etappe. Vanuit het historische stadje klommen we omhoog de Sierra de Albarracín in. Langs de weg stonden pijnbomen, terwijl we door het beschermde natuurgebied Los Pinares del Rodeno fietsten. Op verschillende plekken kon je even stoppen bij een mirador, een uitzichtpunt met weidse blikken over het landschap.
In het park ligt ook een klimgebied. We zagen meerdere mensen met crashpads richting de rotswanden lopen. Een van de hoogtepunten hier zijn de rotstekeningen. Vanaf de parkeerplaats bij Doña Clotilde maakten we een korte wandeling naar het rotspaneel van Doña Clotilde. Daar zagen we een bijzondere verzameling prehistorische rotstekeningen, daterend van rond 4500 voor Christus.
Toen we terugliepen, kwamen we twee mannen tegen die paddenstoelen aan het verzamelen waren. Ze droegen een mand vol prachtige oranje exemplaren. In het park zijn speciale zones waar je paddenstoelen mag plukken, maar daarvoor heb je wel een vergunning nodig.
Aan het aantal mensen dat we met mandjes zagen rondlopen, merkten we dat het hier een geliefde bezigheid is.
We aten onze meegebrachte lunch in het kleine dorp Bezas. Zittend op een bankje, met uitzicht op de rivier en het groen eromheen, aten we onze broodjes met avocado, tomaat en kaas, gemaakt van het knapperige brood dat we die ochtend in Albarracín hadden gekocht.
Na de lunch daalden we in lange, ruime bochten af aan de andere kant van de berg, door het dennenbos. Vervolgens kwamen we uit op een hoogvlakte. Je kon er kilometers ver kijken, in alle richtingen. Een lappendeken van akkers tekende zich af in het landschap. Het is bijna niet te geloven dat hier gewassen groeien, want de velden liggen vol kleine stenen. Het lijkt soms alsof er eerder stenen dan planten worden verbouwd.
Fietsend naar Teruel
Na de hoogvlakte daalden we vanuit de bergen af naar het dorp San Blas. Al snel reden we over kleine weggetjes die ons via de achterzijde naar Teruel brachten. Het waren landelijke wegen, langs de rivier en tussen akkers door. Een route met veel afwisseling, met gele populieren en roodkleurige bomen langs de oevers.
Uiteindelijk bereikten we Teruel. We fietsten eerst over bredere stadswegen en daarna door smalle straatjes, slingerend door het centrum tot we bij ons appartement aankwamen. Teruel staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en is de moeite waard om te verkennen. Neem de tijd om door deze Spaanse ‘stad van de liefde’ te wandelen. Wij aten die avond bij Gastrotaberna Locavore, een bijzondere en smaakvolle ervaring.
De route van deze dag was zo’n 50 kilometer. Het eerste deel bestond uit flink wat klimmen, wat met de e-bikes goed te doen was. In de tweede helft wisselden lange afdalingen zich af met vlakke kilometers in de vallei.
Dag 2: Teruel – Albentosa
Onze navigatie leidde ons via een omweg de stad uit. Over hobbelige grindwegen daalden we langs het dinosaurusmuseum af de vallei in. In het begin volgden we een deel van de bekende pelgrimsroute, de Camino de Santiago. Daarna bereikten we uiteindelijk de Via Verde de Ojos Negros.
Na de wat ruwe wegen in de ochtend was de Via Verde een verademing: strak aangereden grind en prettig om te fietsen. We reden over hoge viaducten en onder enkele tunnels door. Steeds weer was het even afwachten of de verlichting in de tunnel zou aanspringen om ons de weg te wijzen. Met een zeker vertrouwen fietsten we naar binnen, hopend dat er geen diepe kuil verborgen lag in het donker.
De route liep een tijdlang langs een grote snelweg. Daarna reden we door een gebied met akkers en boomgaarden. De olijven waren net geoogst; in het veld stonden grote zakken klaar om te worden opgehaald.
Verderop volgden opnieuw landbouwgronden waar het leek alsof er vooral stenen werden binnengehaald in plaats van gewassen.
We stopten bij het eerste vervallen stationnetje langs de Via Verde. Het was een stille herinnering aan vroegere tijden. Op sommige plekken loopt de nieuwe spoorlijn nu parallel aan het fietspad.
In de middag bleven we dalen. We reden eerst langs dennenbomen, daarna langs steeneiken en uiteindelijk langs ceders. Samen vormden ze een groene tunnel boven de weg. In de zomer zou dat voor schaduw zorgen, al is deze route in de warmste maanden niet aan te raden.
Vandaag kwamen we weinig dorpen tegen, vooral enkele oude spoorhaltes. Bij Fondica de la Estación stond een groot restaurant, maar het was gesloten toen wij er langsreden. Het grootste plaatsje onderweg was Sarrión, waar een kraantje was om water bij te vullen.
Obstakels op de route
Normaal gesproken is de Via Verde goed begaanbaar, maar door de hevige regenval in Spanje in het najaar van 2024 lagen er op sommige plekken obstakels op het pad. We ontmoetten twee fietsers die ons tegemoetkwamen en vertelden dat er buiten Sarrión grote modderverschuivingen waren en dat we beter de weg konden nemen.
We besloten toch verder te gaan, met het idee dat we altijd konden terugkeren als het echt niet zou lukken. Even later stuitten we op een enorme hoop kleverige rode klei die de Via Verde volledig blokkeerde. We tilden onze fietsen over de plakkerige heuvel en reden vervolgens door de modder tot we erdoorheen waren.
Op meerdere plekken waren stukken van de helling naar beneden gekomen, met modder en brokken steen verspreid over het pad. Het leek soms op maanlandschap. We kozen ervoor om voorzichtig over de stenige delen heen te rijden, in plaats van om te keren. Dit was telkens goed te doen.
Een Spaanse truckstop
Al snel bereikten we Albentosa. Officieel zou deze tweede etappe eindigen bij Estación del Mora de Rubielos precies langs de via verde, maar onze accommodatie lag een stuk er vanaf. Rond vijf uur ’s middags kwamen we aan bij ons hostel. Het was een Spaanse versie van een truckstop, met een grote cafetaria waar gegrild vlees, smakelijke hamburgers en een schaal geroosterde groenten werden geserveerd.
We zetten onze fietsen in een afgesloten garage. Daar was echter maar één stopcontact. Dat betekende dat één van ons om vijf uur ’s ochtends opstond om de opladers te wisselen.
In de verzorgde ojos negros fietsreizen zijn accommodaties geselecteerd waar het eenvoudig is om e-bikes op te laden. Wij boekten onze overnachtingen zelf en waren daar erg tevreden over. Het opladen van de fietsen was soms wat lastiger, omdat we geen sleutel hadden om de accu’s uit de fietsen te halen. De vaste hotels zijn ingericht op het opladen van de accu’s terwijl ze in de fiets blijven.
De rit op dag twee was iets meer dan 50 kilometer.
Dag 3: Albentosa – Segorbe
De derde dag was de langste van de reis. Normaal is het 67 kilometer, naar Segorbe. Omdat we de dag ervoor al 5 kilometer extra hadden gefietst, kwam onze afstand uit op 72 kilometer.
We vertrokken bij onze Spaanse truckstop en reden over een landelijk weggetje tot we weer aansloten op de Via Verde. We fietsten door akkers en langs olijfboomgaarden. Op enkele plekken waar taluds waren weggezakt, moesten we de fietsen over modderige heuvels van rode klei duwen, maar dat was goed te doen.
Het eerste deel van de dag liep geleidelijk omhoog. Uiteindelijk bereikten we de kam van een heuvelrug, bedekt met windmolens. Het was bijzonder om onder de draaiende wieken door te fietsen. Daarna begon de lange afdaling. Het was heerlijk om gestaag naar beneden te rollen en het landschap aan je voorbij te zien glijden. Onderweg volgden nog enkele viaducten en tunnels.
Verlaten stations
De route volgde een tijdlang de heuvelrug, met weidse uitzichten over bergen en velden in de verte. We passeerden opnieuw verlaten stationsgebouwen, sommige met instortende plafonds. Bij veel ervan waren recreatieplekken aangelegd voor fietsers en wandelaars, met picknicktafels en voorzieningen. In november waren de meeste faciliteiten gesloten. We bleven dalen, langs steeneiken en Valencia-eiken, ook wel gall eiken genoemd.
Op sommige stukken werd het fietspad begeleid door een enkele rij dennenbomen. Op andere plekken zorgden vangrails ervoor dat je niet honderden meters de diepte in keek. Het was een frisse dag, dus we droegen een muts of buff onder de helm en handschoenen aan. Op de meer open delen duwde de wind ons soms opzij.
We stopten bij een van de picknickplaatsen voor een eenvoudige pauze met clementines en koekjes. Deze etappe voerde langs meerdere historische dorpen die uitnodigden om even af te stappen. In Jérica zochten we naar de bekende Jericano-taart, maar de bakkerij bleek gesloten.
Een waterval en een 500 jaar oude iep
Een van de hoogtepunten van de dag was een uitstapje van de Via Verde naar een waterval van zo’n 18 meter hoog en een 500 jaar oude iep. Een deel van de route veranderde in een mountainbikepad met scherpe bochten en steile klimmetjes. Op verschillende stukken moesten we de fiets aan de hand meenemen. We passeerden zelfs een klimwand die tegen de gevel van een gebouw was aangebracht. Uiteindelijk bereikten we de waterval Salto de la Novia, waar het water in een brede stroom naar beneden viel op smaragdgroene rotsen.
Daarna keerden we terug naar het dorp Navajas om het centrale plein te vinden met de 500 jaar oude iep. Het is een van de drie meest markante bomen van Spanje.
De boom maakte indruk door zijn enorme stam en de wijd uitwaaierende takken die het plein overspannen.
Langs boomgaarden naar Segorbe
Na het bezoek aan de oude iep fietsten we verder richting Segorbe. De route voerde langs kleurrijke boomgaarden en akkers. Aan weerszijden van de weg stonden sinaasappelbomen, zwaar van het fruit.
Even verderop verschenen kaki-bomen, vol met roze-oranje vruchten. Ook zagen we perenbomen en olijfgaarden waar zwarte olijven op de weg waren gevallen.
Het was een mooie afsluiting van de dag.
We vonden onze weg naar het centrum van Segorbe. Ons appartement lag in het historische hart van de stad. Voor de fietsen was er een garage in de buurt van het hotel. Opnieuw was er maar één stopcontact, maar Lucía, de betrokken manager, regelde een verlengsnoer met drie aansluitingen zodat we alle fietsen ’s nachts konden opladen.
Het was een lange dag, maar door de vele dalende kilometers goed te doen. Het was prettig om met de wind in het gezicht naar beneden te rijden en ondertussen het landschap in je op te nemen.
Dag 4: Segorbe – Torres Torres
De laatste dag was met 35 kilometer een ontspannen etappe van Segorbe naar Torres Torres. Ons appartement in Segorbe lag boven een bakkerij. ’s Ochtends glipten we naar beneden om versgebakken lekkernijen te halen voor een eenvoudig, traditioneel Spaans ontbijt bij de koffie.
Terug op de Via Verde
We vertrokken op de fiets vanuit ons appartement. De regen in de ochtend nam iets af nadat we langs het toeristenbureau waren gereden, maar het bleef kil, nat en grijs. Dat drukte de stemming niet. We reden door de stad terug naar de Via Verde, opnieuw langs boomgaarden vol sinaasappels en olijfbomen aan weerszijden van het pad.
Eenmaal terug op de route liep het licht dalend richting Torres Torres. We passeerden nog enkele viaducten en meer boomgaarden. Op één plek lagen mandarijnen in de greppels naast het pad, uit de bomen gevallen. Ik stapte even af en raapte er een paar op. Het voelde alsof we langs het fietspad aan het sprokkelen waren.
Het was niet het meest indrukwekkende deel van de route, maar wel een passend einde. Omdat de etappe kort was, kon ik in een hogere ondersteuningsstand rijden zonder me zorgen te maken over de batterij. Het trappen ging daardoor moeiteloos.
Einde van de reis
Al snel bereikten we het eindpunt van onze tocht. De lokale partner van Fietsen in Spanje stuurde ons elke dag via WhatsApp tips over wat de moeite waard was om te zien langs de route. Aan het einde van de reis nam hij ons mee zijn sinaasappelvelden in om een van zijn favoriete mandarijnsoorten te proeven. Volgens hem was dit de echte smaak van de Spaanse mandarijn. Ze waren sappig en verfrissend.
We leverden onze fietsen in en namen afscheid. Daarna bracht hij ons naar een bekend restaurant in het dorp waar paella op houtvuur wordt bereid. We zagen hoe onze paella werd klaargemaakt en we hielpen zelfs mee het vuur onder de grote pan aan te wakkeren. Met dennenhout en dennenappels werd het vuur snel opgestookt, terwijl het vocht rustig inkookte tot de rijst alles had opgenomen.
Onze paella was er eentje met kip en konijn en heerlijk smaakvol en mals. De geur van houtrook bleef in mijn kleding hangen, een leuke herinnering aan de voorbereiding van ’t eten.
Overnachtingen langs de Via Verde de Ojos Negros
Fietsen in Spanje werkt met zorgvuldig geselecteerde accommodaties binnen hun reisprogramma voor de Via Verde de Ojos Negros. Wij kozen ervoor om onze overnachtingen zelf te regelen. Dat vraagt wat meer voorbereiding, dus je kunt er ook voor kiezen dit door de organisatie te laten verzorgen. Reis je zelfstandig, dan zijn dit onze aanbevelingen.
Teruel
Apartamento Alcaraz in Teruel ligt ideaal in het historische centrum van deze karaktervolle stad.
Onze gastheer Ángel stond ons al op de stoep op te wachten en wees ons de weg naar het appartement. We reden onze fietsen via een hellingbaan het gebouw in. Vervolgens brachten we ze één voor één met de kleine lift naar het appartement op de tweede verdieping. Het was een komisch gezicht, die fietsen in de lift, maar zo konden we ze veilig binnen stallen en eenvoudig opladen.
Het appartement is een fijne en comfortabele plek om de dag af te sluiten. Het is licht en ruim. In de slaapkamer met tweepersoonsbed zijn flamingo’s op de muur geschilderd. Daarnaast is er een afgescheiden hoek met een slaapbank voor een derde persoon. We maakten gebruik van de wasmachine om onze bezwete en modderige fietskleding te wassen.
Segorbe
Alojamientos Segóbriga Rural was een van mijn favoriete overnachtingsplekken tijdens het fietsen over de Via Verde de Ojos Negros. Wat is er prettiger dan een ruim en sfeervol appartement, direct boven een bakkerij? Bij aankomst stond er een zelfgebakken cake van gastvrouw Lucía klaar als welkom.
Er is een garage in de buurt waar je de fietsen veilig kunt stallen en opladen. De ligging in het historische centrum maakt het eenvoudig om te voet restaurants te bereiken en de kathedralen, torens en oude stadsmuren te bekijken. Het is de moeite waard om langs het toeristenbureau te gaan voor informatie over het jaarlijkse stierenrennen in Segorbe.
Albentosa
Hostal Los Maños deed denken aan een comfortabele Spaanse truckstop. Het biedt alles wat je nodig hebt na een dag op de Via Verde. De kamers zijn eenvoudig, maar schoon en comfortabel. Er is een restaurant en bar ter plaatse, waar vlees wordt bereid boven een houtvuur en waar de kwaliteit verrassend goed is.
In het complex bevindt zich ook een winkel met veel lokale producten en een ruim assortiment. Een goede plek om iets voor de lunch van de volgende dag in te slaan. Voor de fietsen kregen we een sleutel van de garage, zodat we ze ’s nachts veilig konden stallen.
Conclusie van de Via Verde de Ojos Negros
Spanje kent talloze mooie fietsroutes, en kiezen is niet eenvoudig. Voor mij was het fietsen over de Via Verde de Ojos Negros een uitstekende manier om de provincies Teruel, Castellón en Valencia te verkennen. De route is veilig en goed te doen. We namen de tijd om lokale geschiedenis en cultuur te ontdekken, om goed te eten en te drinken, en om te genieten van de afwisseling in het landschap. Een pleidooi voor rustig fietsen.
Je kunt na het officiële eindpunt van de Via Verde doorfietsen naar de zee, richting Puerto de Sagunto of Canet. Daarna sluit je aan op de Vía Verde de la Xurra naar Valencia. Het landschap langs dit traject is minder bijzonder, maar de stad Valencia zelf is een paradijs voor fietsers. Er zijn veel vrijliggende fietspaden en langs de oude rivierbedding loopt een groene zone waar je ontspannen naar de bezienswaardigheden van deze levendige stad fietst. Een bezoek aan deze fietsvriendelijke stad is de moeite waard.
Verzorgde fietsvakanties
Zelf interesse om deze mooie via verde te fietsen, maar geen zin om alles zelf te plannen of met je fiets in de lift te staan?
Bij Fietsen in Spanje regelen we de complete reis voor je!
Vanaf het moment dat je land op het vliegveld van Valencia tot aan het ophalen van de huurfietsen aan ’t einde van de reis.
Onze fietsvakanties: